Niet de schrijver maar het personage (4)

De schrijver schrijft. Het personage vertelt en houdt zichzelf gevangen in die vertelling. Vaak schrijft de schrijver over personages die zichzelf in hun verhaal gevangen houden.

In mijn boek Korte Verhalen Schrijven (2011) was ik dat al een beetje op het spoor. Al zou ik het pas na dat boek verder uitwerken. Toch schreef ik in dat boek al, in een hoofdstuk over kijken: Continue reading “Niet de schrijver maar het personage (4)”

Niet de schrijver maar het personage (3)

Een paar jaar heb ik geblogd op KorteVerhalenSchrijven.nl . Dat was een opmaat naar het boek Korte Verhalen Schrijven (2011), en toen dat boek eenmaal verschenen was, schreef ik steeds minder voor dat blog, totdat het uiteindelijk een stille dood stierf.

Die stille dood, soms vraag ik me af hoe dat kon gebeuren, waarom ik dat liet gebeuren. Misschien wel hierom: Continue reading “Niet de schrijver maar het personage (3)”

J.M. Coetzee en Arabella Kurtz over narratieven in literatuur en therapie

Het werk van de fictie-schrijver kan lijken op dat van de psychotherapeut. Zowel de schrijver als de therapeut  hebben oog voor het narratief; de schrijver voor het narratief van het personage, en de therapeut voor dat van de cliënt. Beiden zien hoe dat narratief kan botsen met de werkelijkheid buiten het narratief, hoe het narratief inconsequent is, en hoe dat tot problemen kan leiden. Zowel de schrijver als de therapeut kunnen dat narratief uitdagen om de ander te bevrijden, om de ander te helpen tot een narratief te komen dat minder conflictueus is.

In het boek ‘Het goede verhaal’ gaan Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee en psychoanalyticus Arabella Kurtz hierover met elkaar in gesprek. Ze stellen elkaar vragen over narratieven: de schrijver aan de therapeut, en de therapeut aan de schrijver.

Zo vraagt Coetzee zich af:

“Wat is het dat jou, als therapeut, beweegt om je cliënten te confronteren met de waarheid over henzelf, in tegenstelling tot met hen samenwerken of samenspannen om tot een verhaal te komen — laten we het fictie noemen, maar bekrachtigende fictie — dat de cliënt een goed gevoel zou geven over zichzelf, goed genoeg om de wereld in te stappen en beter in staat te zijn om lief te hebben en te werken?”

En Kurtz vraagt aan Coetzee:

“ Resoneert bij jou, als schrijver, het idee om vanuit maskerende narratieven te komen tot een waarachtiger narratief? Ik bedoel waarachtiger in de zin van een poëtische of emotionele waarheid, waarbij het gaat om waarachtig naar zichzelf te zijn, intern coherent, en in overeenstemming met de dingen buiten zichzelf, maar niet noodzakelijk op een manier die transparant of direct is? En wat schrijvers weten, en psychotherapeuten mogelijk van hen kunnen leren, is geloof ik dat de beste manier om te proberen tot iets te komen dat zowel waar als nieuw is, of waarvan het nieuw is om zich ervan bewust te zijn, vaak een creatieve manier is, of ten minste in tegenspraak met wat waar is op een niet onderzochte manier in onze gemeenschappelijke, gedeelde realiteit.”

Het boek ‘Het goede verhaal’ is de vertaling van ‘The good story’. Je kunt het inzien via Bol.