Van buiten naar binnen

Van buiten

Ze kent het huis vanaf haar jeugd. Het is groot, het heeft wel acht kamers, zo heeft ze zich laten vertellen, ze is er nog nooit binnen geweest. Wat opvalt is dat het paars is, knal paars, de muren, het dak, als ze erlangs loopt lijkt het haar maar raar om in een paars huis te wonen. En duur vanwege de hoge stookkosten, want ook dat is wat mensen erover zeggen: dat je je in zo’n groot huis scheel betaalt aan energie om alle vertrekken te verwarmen. Maar, zo zeggen ze erbij, het is natuurlijk wel heerlijk wonen als je een groot gezin hebt, ieder kind heeft een eigen kamer. Dit is hoe zij als meisje naar het huis leert kijken: hoge stookkosten en ideaal voor grote gezinnen.

Van binnen – de eerste tijd

Ze is veertig als ze het huis koopt. De eerste tijd denkt ze dat ze muren buiten zal overschilderen, want dat paars, wie wil er nu een huis met paarse muren. Maar als ze er een tijdje woont, weet ze het zo zeker niet meer. Als je in het huis woont, zie je vooral de binnenkant, en die is niet paars. Dat het paars is, is meer iets dat de mensen opvalt die tegenover het huis wonen of die voorbij het huis lopen. En de stookkosten vallen mee. Ze verwarmt vooral de ruimte waar ze is, dan is het goed te doen, bovendien heeft ze veel zonnepanelen genomen en het huis perfect laten isoleren, dat drukt de energie-rekening. En wat de mensen zeiden over dat het ideaal is voor een gezin, dat ervaart ze zelf niet zo. Ze heeft geen kinderen, wil geen kinderen.

Maar toch, de eerste tijd als ze over het huis vertelt, vertelt ze wat ze vroeger van andere mensen heeft gehoord: dat je wel moet oppassen met stoken, en dat zoveel kamers ideaal zou zijn voor een gezin. Maar waarom vertel ik dat eigenlijk? denkt ze als ze goed luistert naar wat ze zelf zegt. Waarom vertel ik wat mij altijd verteld is in plaats van dat ik vertel hoe het daadwerkelijk voor mij is?

Van binnen – na een tijdje

Als ze er een tijdje woont, vindt ze het fijn dat ze veel afgebakende ruimtes heeft. Ze heeft een grote kantoorruimte, een yogakamer, een kleine meditatiekamer, een leeskamer, een kamer voor haar ene geliefde, een kamer voor haar andere geliefde, een eigen slaapkamer met ruime zit- een eethoek, een gemeenschappelijke woonkamer. Ze vindt het fijn om dingen gescheiden te houden, om zich te kunnen focussen, ergens in op te kunnen gaan zonder aan iets anders te hoeven denken, om geen partners te hoeven tegenkomen op momenten dat ze die niet wil tegenkomen. Het huis past bij haar manier van leven.

Ze had als kind niet gedacht dat dat het huis zijn waarde kon geven. Ze had ook niet voorzien dat haar leven er op deze manier zou uitzien.

Wijze les

Je weet pas hoe het is als je er daadwerkelijk naar binnen gaat. Tot die tijd hoor je er dingen over zeggen die maar deels waar zijn en maar deels relevant. Als je eenmaal binnen bent, duurt het een tijd voor je de ideeën van een buitenstaander los kunt laten.

Vanuit het begin

Voor het oktober-novembernummer van Schrijven Magazine schreef ik een essay over ruimte — over de ruimte van de schrijver en de ruimte van het verhaal. Een deel van het artikel gaat over hoe het verhaal zich ontwikkelt vanuit zijn eigen begin.

Een citaat: “Het leven denkt niet: hoe nu verder, waar zal ik eens naartoe werken? Het gaat gewoon verder met wat er is, met dingen die je al gezien had en met dingen die je tot dan toe over het hoofd had gezien. [En zo gaat het ook met het schrijven van een verhaal.] Als je goed genoeg kijkt, als je goed genoeg leest wat je daadwerkelijk geschreven hebt, kan het zich openbaren.”

In dat kader citeer ik ook Pavese: “Wanneer de eerste regel van het verhaal is geschreven zijn de stijl, de toon en de wending van de feiten al gekozen. Is de eerste regel gegeven, dan is het verder een kwestie van geduld: al het overige moet, en kan, eruit voortkomen.” (Cesare Pavese, Leven als ambacht, 22 juli 1938)

Mijn vriendin las het artikel en we spraken er samen over bij mij thuis op de bank. Ze had wat nuanceringen bij het idee dat het einde van het verhaal kan voortkomen uit het begin ervan. Luister met ons mee:

Geen begin, geen einde (2)

Je zou het narratief van mensen en personages kunnen zien als een continuüm, iets dat alsmaar doorgaat, iets zonder begin en einde.

Het narratief gaat zijn eigen gang volgens zijn eigen logica, het groeit, het zingt zich steeds verder los van dat wat er buiten het narratief is, van zoiets als een werkelijkheid. Op den duur loopt het narratief tegen grenzen van zijn groei aan, grenzen die gesteld worden door die werkelijkheid. Dan is het  verschil tussen het narratief en de wereld daarbuiten te groot geworden en is het narratief in zijn huidige vorm onhoudbaar. Vervolgens wordt het aangepast, teruggesnoeid tot iets dat niet te ver afwijkt van hetgeen er buiten zichzelf is. Daarna woekert het narratief in zijn teruggesnoeide vorm verder, totdat het opnieuw tegen grenzen aanbotst, ad infinitum.

Het narratief begint nergens, het is nooit begonnen binnen zijn eigen narratief. Er is nooit binnen het narratief een moment geweest waarop het narratief ervaart: nu begin ik. En er zal nooit een moment komen waarop het narratief zegt: nu ben ik gestopt.

Als een boek of film begint, is het narratief van het personage er al. Het narratief staat niet — als een acteur bij de opname van een speelfim —  te wachten tot de opname begint om vervolgens op een teken van de regisseur — actie! — tot leven te komen.

Geen begin, geen einde (1)

Het is nacht, ik lig op bed te video-bellen met mijn vriendin. Ik zie haar op de laptop die op de plek staat waar soms haar kussen ligt, het is alsof we samen zijn. Ze heeft mijn blogpost gelezen over mijn perceptie van haar, en ze vindt er iets van.

Waar die blogpost over ging: ik had een blik in haar ogen herhaaldelijk geïnterpreteerd als wantrouwend, afkeurend. Maar voor haar ging het niet over wantrouwen of afkeuren, voor haar ging het om onderzoeken, om proberen te begrijpen. Ik had een narratief gevormd dat niet bleek te kloppen, en daarover had ik hier geschreven.

Ze vindt het een interessante post. En ze voelt zich niet te kijk gezet, het blog gaat over mijn perceptie van haar, en dus laat het vooral iets van mij zien en niet zozeer van haar.

Waar ze haar vraagtekens bij zet, is het einde van het blog, waarin ik schrijf: “Pas als we de situatie kunnen zien voor wat die werkelijk is, zijn we voorbij het begin.”

‘Maar we zijn toch niet net begonnen?’ zegt ze. ‘We kennen elkaar al een paar jaar! En we hebben wel meer inzichten gehad dan dit ene, het was niet ons eerste, niet ons begin.’

‘Dat klopt,’ zeg ik, ‘maar ik bedoelde niet te zeggen dat onze relatie nog maar net is begonnen. Ik bedoelde te zeggen dat als ik inzie dat mijn narratief niet overeenstemt met de werkelijkheid, dat er dan iets begint, dat er dan iets in gang wordt gezet. En dat hoeft niet het eerste begin te zijn, het kan het zoveelste begin zijn van een verandering van mijn narratief.’

‘Het lijkt me handiger om dan geen woorden te gebruiken als begin of einde,’ zegt ze. ‘Ik zou zeggen dat het narratief een continuüm is.’

‘Zo kun je er ook tegenaan kijken,’ zeg ik. ‘Een boek of een film heeft een begin en een einde, maar het narratief van een personage of van een mens heeft dat niet. Het is er gewoon, het past zich hier en daar aan, het neemt af en toe een afslag, en het gaat door.’

Het einde van het begin (3)

Oké, het personage dacht aanvankelijk dat hij de werkelijkheid zag voor wat die is, ontdekt vervolgens dat dat toch niet het geval is, en dan kijkt hij naar de dreigende barst in zijn narratief en dan neemt het verhaal een begin.

En dat kan zich herhalen, hij kan steeds opnieuw inzien dat hij het nog niet goed zag, dat er barsten in zijn narratief zitten, dat er barsten bijkomen. En dan uiteindelijk, als hij de situatie echt ziet voor wat die is, zijn we voorbij het begin.

En daarna?

Daarna kan het zijn dat hij een oplossing wil voor de situatie die er is. Hij is depressief, hij erkent dat, hij plaatst het niet buiten zichzelf, hij maakt het niet groter, niet kleiner, het is wat het is. En hij gaat op zoek naar genezing. Menselijk om te doen, wijs ook, al geeft dat wel een nieuw conflict: er is namelijk een verschil ontstaan tussen de situatie zoals die is (ziekte), en de situatie zoals die moet zijn (gezondheid). Dat wat er is, wordt afgekeurd.

Een oplossing zoeken kan betekenen: terug naar het oude narratief willen, naar het narratief van voordat er barsten kwamen. Denken dat er een oplossing is, kan een narratief conflict doen herleven en in stand houden.

Pas als er geen oplossing meer wordt gezocht – bijvoorbeeld omdat er een oplossing is gevonden of omdat een oplossing zinloos of onmogelijk blijkt – kan het narratief oplossen in dat wat er daadwerkelijk is.

Het einde van een roman of verhaal gaat over het einde van het narratief.

Het einde van het begin (2)

Oké, een personage ziet in dat er een verschil is tussen enerzijds wat hij dacht dat er was en anderzijds dat wat er daadwerkelijk aan de hand is. Hij ziet in dat er een conflict tussen die twee is, en daarmee heeft het verhaal een aanvang genomen.

Wat gebeurt er daarna?

Waarschijnlijk ontstaat er daarna een situatie die hij opnieuw niet helemaal kan aanzien voor wat die in werkelijkheid is. Hij krijgt bijvoorbeeld van de huisarts te horen dat hij een depressie heeft, en vervolgens denkt hij dat het wel meevalt en dat het toch een dipje is (ontkenning), of hij denkt dat het nooit meer goed zal komen (overdrijving), of dat het vooral door het werk komt en dat niet hijzelf maar zijn baas een probleem heeft (externalisatie), of dat het allemaal geen probleem hoeft te zijn als hij maar een stappenplan volgt dat hij op internet heeft gevonden (rationalisatie).

Daarna zal hij wellicht ontdekken dat de overdrijving of de externalisatie of rationalisatie niet werkt, en dat zijn narratief nog steeds niet overeenkomt met wat er daadwerkelijk aan de hand is. Dat geeft opnieuw een conflict, en opnieuw een begin.

Meestal komt er na het eerste begin, een tweede begin, een derde, en zo nog een paar.