Ruimte en tijd (3)

Ik schreef aan een verhaal over een alleenstaande moeder die door een instantie onder druk wordt gezet om haar zoontje weer in contact te brengen met zijn vader, iemand met psychiatrische problemen, iemand die ze niet vertrouwt. Met haar rug tegen de muur doet ze uiteindelijk wat er van haar wordt geëist: op een zaterdagochtend neemt ze haar zoontje mee in de auto, op weg naar zijn vader. Daar liet ik het verhaal aanvankelijk beginnen, bij die rit in de auto. Vervolgens gebeurde er iets waardoor de auto tot stilstand komt en waardoor haar beleving en haar verhaal kantelen.

Het verhaal had potentie, maar het miste iets, al wist ik niet wat, en een tijdlang liet ik het ongemoeid. Ik denk dat ik me open wilde stellen voor een ingeving, al was ik me daar niet bewust van.

Toen herlas ik het verhaal Immigration van Richard Bausch uit zijn bundel Something is out there. In dat verhaal heeft de hoofdpersoon een afspraak om een verblijfsvergunning te regelen, er staat veel op het spel: niet alleen zijn verblijf, maar ook zijn toekomstige werk en zijn relatie. Op de ochtend van de afspraak verslaapt zich. Als hij wakker wordt en zich realiseert dat ze de wekker hebben gemist, verandert zijn tijdbesef, en daarmee zijn perceptie, alles komt onder druk te staan.

Ik vond dat mooi, hoe dat verslapen en het tijdsbesef iets met het personage en het verhaal deden. Ik liet ook mijn moeder zich verslapen. Ik startte het verhaal nu ruim voordat ze in de auto stapte, ik startte met de voorgaande nacht.

Wat het verslapen met mijn verhaal en met de moeder deed: het creëerde een tijdsbewustzijn, een narratieve tijd, een tijdbom. De moeder moest die zaterdagochtend niet enkel iets doen wat ze niet wilde, ze deed het ook nog eens onder tijdsdruk. Het bepaalde haar beleving van de ruimte: het huis waarin ze zich voorbereidde op het vertrek, werd een huis waarin ze gestresst van alles waarnam waarvan ze niet wilde dat het er was: het treuzelen van haar zoontje, haar ex die belde om te vragen waar ze bleef, haar eigen opgejaagde gedrag.

De onverwachte gebeurtenis die onderweg de auto tot staan bracht, en die al in de eerdere versie zat, werd nu een overgang van haast naar stilstand, het ging nu ook over haar tijdsbeleving, of sterker nog, het verhaal werd vanuit haar tijdsbeleving gevormd. Door het gedwongen stilstaan zag de moeder iets wat ze in haar haast en in haar focus op de tijd niet zou hebben gezien. Iets nieuws van de omgeving, iets nieuws van haar zoontje, iets nieuws van zichzelf.

Verhalen gaan over een verandering, zijn een verandering, groot of klein. Dat kan een verandering zijn in identiteit, of in perceptie van de omgeving, of in tijdsbeleving, of in al die zaken tegelijkertijd.

Overigens, het verhaal heet Tot hier ben ik gekomen en is te lezen in Hollands Maandblad (2016, nummer 11).