Niet de schrijver maar het personage (3)

Een paar jaar heb ik geblogd op KorteVerhalenSchrijven.nl . Dat was een opmaat naar het boek Korte Verhalen Schrijven (2011), en toen dat boek eenmaal verschenen was, schreef ik steeds minder voor dat blog, totdat het uiteindelijk een stille dood stierf.

Die stille dood, soms vraag ik me af hoe dat kon gebeuren, waarom ik dat liet gebeuren. Misschien wel hierom:

In dat blog en het boek gaat het vooral over schrijven. Of zoals ik het in het boek formuleerde: ‘[Het] gaat over de keuzes die je als verhalenschrijver hebt […]. Je leert er welke keuzes onder welke omstandigheden tot welke resultaten leiden.’

En hoewel ik nog steeds achter het boek sta, ontbrak het me na het voltooien ervan aan de zin om nog langer de schijnwerper op te zetten op de keuzes die een schrijver maakt. Mijn interesse was veranderd. Ik hield me liever bezig met hoe verhalen van mensen en personages tot stand komen, hoe die verhalen het leven vormen, hoe ze onszelf vormen. In Schrijven Magazine schreef ik daarover (december 2018):

“Ik vind het interessant om mezelf en anderen op narratieven te betrappen. Hoewel ‘betrappen’ een negatieve connotatie heeft die ik niet bedoel. Het is juist mooi om me gewaar te worden dat ik of iemand anders een narratief heeft en wat dat narratief is. Het geeft inzicht. Daarbij maakt het niet uit of die narratieven zich nu openbaren in het alledaagse leven, in mijn relaties, in het mediteren, in het lesgeven, of in het lezen en het schrijven. Het is een manier om in de wereld te staan, om naar de wereld te kijken.”

Ik gaf in dat artikel ook een voorbeeld van hoe ik soms mijn eigen narratief doorzie:

“Soms als ik iemand iets vertel, betrap ik me erop dat ik een verhaal aan het maken ben en dat ik het op een bepaalde manier presenteer om er iets mee te bereiken.

Een keer vertelde ik een vriendin over een voorval uit mijn jeugd, over iets dat was voorgevallen tussen mijn vader en mij, iets dat pijnlijk was. Terwijl ik het vertelde drong het tot me door dat ik het al zoveel vriendinnen had verteld. En ik realiseerde me ook: het gaat er niet om of het waargebeurd is, en zelfs niet of het relevant is, ik wil vooral indruk op mijn vriendin maken, ik wil iets intiems delen om het delen van iets intiems.

Die vriendin vond mijn verhaal inderdaad pijnlijk. Ik kreeg bijval van haar en het voelde als dichter bij elkaar komen. Maar toen het tot me doordrong wat ik aan het doen was, zei ik: het is een oud verhaal, ik heb het al zo vaak verteld, ik voel er niets meer bij, het is een riedel, bedoeld om indruk op je te maken. Wat ze eerlijk van me vond, en wat me nog meer voor haar leek in te nemen. En toen zag ik dat mijn openhartigheid over die riedel ook een poging was om om haar te imponeren. En ook dat vertelde ik haar.

Wanneer we iets vertellen, maken we vaak onszelf en elkaar iets wijs.”