Narratief in transitie (3)

Verhalen gaan vaak over iets anders dan waarover ze aanvankelijk lijken te gaan.

Laat ik dat duidelijk maken door voort te borduren op een voorbeeld uit de vorige blogpost. Een meisje heeft het moeilijk op de middelbare school en haar ouders willen haar helpen. Het verhaal lijkt dan de vraag op te roepen: hoe kunnen ze haar zo goed mogelijk helpen? Een lezer verwacht dan van het verhaal te weten te komen hoe de ouders helpen, hoe ze problemen overwinnen en of ze uiteindelijk in hun missie slagen.

Maar terwijl het verhaal en de personages en de lezers zich richten op het aanvankelijk probleem, gaat het leven verder, veranderen de omstandigheden, is alles in transitie. Het meisje wordt ouder en moet zien los te komen van haar ouders, en de ouders moeten haar zien los te laten. Daar gaat het verhaal uiteindelijk om. Wat begint met een hulpvraag eindigt met elkaar loslaten.

Je kunt een verhaal dan ook niet beëindigen met het beantwoorden van de oorspronkelijke vraag, al lijkt het verhaal daar lange tijd op aan te sturen. Uiteindelijk moet je als schrijver laten zien dat zich een nieuwe vraag aftekent en wat dat betekent voor het oorspronkelijke narratief van de personages. Je moet laten zien wat er onder het oorspronkelijke verhaal vandaan komt, wat eronder zichtbaar wordt.