Het schrijven zelf — ook dat maakt deel uit van een narratief (4)

Waarom we schrijven, daarover ging het de afgelopen drie blogposts, daarover gaat het ook nu.

Een vriendin van me is autistisch, en ze is schrijver. Ze hoopt uitgegeven te worden, soms vreest ze dat dat niet zal gebeuren.

‘Wat als mensen mijn boek nooit zullen kunnen lezen omdat het niet wordt uitgegeven?’ zo vroeg ze zich af. ‘Dan zullen ze nooit kunnen zien dat ik niet autistisch en raar ben, maar dat ik bijzonder ben. Dat ik iets kan, dat ik iets te betekenen heb, dat ik waardering verdien. Als mijn boek niet wordt uitgegeven, zullen ze als ze ze me in de supermarkt zien niet kunnen zeggen: kijk daar gaat die schrijver. Dan zullen ze blijven zeggen: daar gaat die rare.

Ze noemde een paar tv-series waarin de hoofdpersoon misschien raar lijkt, maar in wezen geniaal is. Ze noemde House, met een geniale dokter. Ze noemde The Bridge, met een geniale rechercheur.

Ze zei ook dat die series het opnemen voor mensen die afwijken, dat ze laten zien hoe geniaal die mensen kunnen zijn.

Ik zei dat die series ook een gevaar met zich meebrachten, dat ze ook lijken te zeggen: we mogen onszelf zijn, we mogen anders zijn, als we maar geniaal zijn. En daarmee houden zulke series juist een bedenkelijk collectief narratief in stand.