Waarom het zin heeft jezelf te labelen

Een blogpost van mijn vriendin:

Veel mensen zijn krampachtig op zoek naar een manier om zichzelf te labelen. Daarentegen zijn er ook mensen die het hele idee van een label verwerpelijk vinden, die zich juist verzetten tegen het idee dat ze een etiket opgeplakt krijgen en daarmee in een hokje gestopt worden.

Soms zit er een discrepantie tussen wie we zijn binnen de realiteit van het dagelijks leven en wie we zouden willen zijn, wie we ernaar streven te zijn, wie we denken dat we moeten zijn. Wanneer er een grote discrepantie zit tussen wie je bent en wie vindt dat je moet zijn, dan is dat pijnlijk. Je veroordeelt jezelf. Je accepteert jezelf niet, en dat creëert een gevoel van falen. En tot op zekere hoogte is dat gevoel correct, je faalt degene te zijn die je van jezelf zou moeten zijn. Je forceert jezelf om iets te zijn dat je niet bent, omdat je in het andere geval ‘niet goed genoeg bent’ of ‘er niet bij hoort’ of ‘niet geaccepteerd wordt’.

Kortom, je accepteert jezelf niet, en wanneer je dat negeert kan die zelfveroordeling heel wat van je mentale gezondheid onderuithalen. Je kunt depressief raken, je eigenwaarde heeft eronder te lijden, je zelfvertrouwen neemt af en je kunt met allerlei mentale problematieken te maken krijgen. 

Een label kan een hulpmiddel zijn in het accepteren van wie je bent, de inhoud van het label is daarin van ondergeschikt belang.

Sommige mensen vinden vrijheid en zelfacceptatie in het opgeplakt krijgen van een psychische diagnose en zich daarmee identificeren. Omdat dat etiket hun de ruimte geeft om zichzelf te accepteren in wie ze zijn. Het geeft hun compassie voor zichzelf op het moment dat ze afwijken van de verwachtingen van de massa.

Andere mensen vinden diezelfde vrijheid door zich te identificeren met een subcultuur gebaseerd op kleding, of muziek, of levensstijl. Denk bijvoorbeeld aan gothic of emo of hipsters.

Sommige mensen vinden die vrijheid in kink, omdat een identificatie met een kink-label hen helpt in hun rechtvaardiging om te zeggen: ‘Dit is wie ik ben, ik weet dat ik anders ben, maar dat maakt me blij.’  

Sommige mensen vinden die vrijheid door zich te identificeren met een meer populair label als introvert, omdat dat hen toestaat zichzelf te accepteren als afwijkend van de norm. 

Wanneer je echter goed naar dit mechanisme kijkt, zul je zien dat in essentie het label zelf niet van belang is, maar door jezelf met een subcultuur te verbinden, kun je jezelf rechtvaardigen in die aspecten waarin je afwijkt van de norm en van de massa, en dat dit een stap is op weg naar zelfacceptatie.

Ideaal gezien lukt het iemand uiteindelijk om voorbij deze labels te komen en leert iemand om zichzelf te accepteren uit liefde en compassie met zichzelf. Labels zijn niet goed of slecht, labels zijn een hulpmiddel.

Wanneer echter de eigenliefde ontbreekt, en je te zeer afhankelijk bent van labels om te rechtvaardigen dat jij jezelf bent, dan crëeer je een spanningveld, dan is er een kans dat je defensief wordt en de behoefte voelt om anderen te dicteren wat een label inhoudt, om andere te dicteren hoe ze moeten zijn. Omdat het onverdraagelijk en bedreigend is voor je identiteit dat anderen hetzelfde label claimen en toch anders zijn dan jij. Dan wordt het label een gevangenis in plaats van een bevrijding.

Collectief versus individueel narratief, een vraag van mijn vriendin (2)

Gisteren maakte ik een begin met hardop te denken over een mail van mijn vriendin. Vandaag ga ik daarmee verder.

Eerst, nogmaals, de mail van mijn vriendin:

“Collectieve narratieven vind ik interessant. […] Bijvoorbeeld het collectieve narratief over wat ‘vertrouwen’ is, of wat ‘liefde’ is of wat ‘familie’ is, en hoe je je collectieve narratieven of misschien culturele narratieven in jezelf kunt ontdekken en hoe je jezelf daarvan kunt bevrijden.”

En dit is mijn tweede reactie daarop:

Ik vind het moeilijk om het collectieve narratief en het individuele narratief strikt van elkaar te onderscheiden. Welke meningen heb ik onbewust overgenomen van de groep, en welke meningen heb ik op eigen kracht gevormd? Is dat onderscheid wel te maken?

Ik kan bijvoorbeeld stellen als het om partnerrelaties gaat, dat het dominante narratief is dat die monogaam horen te zijn, en dat een polyamoreuze relatie waarvoor wij kiezen, daarvan afwijkt. Dan kan ik zeggen: mijn individuele narratief is anders dan het dominante narratief. Ik zou daaruit kunnen concluderen dat ik een zelfstandige keuze los van het dominante narratief heb gemaakt.

Maar misschien dat binnen onze cultuur polyamorie vooralsnog een randverschijnsel is; het kan best zijn dat het binnen de subculturen en de kleinere collectieven waarvan ik deelmaak, het al gewoner aan het worden is. Dus wie weet ben ik binnen dat kleinere collectief meegegaan, en ben ik meer beïnvloed dan ik aanvankelijk dacht.

Dan zijn er nog de argumenten, de waarden en de gevoelens die bepalend zijn geweest voor de keuze die ik heb gemaakt. Die zijn mede gevormd door belevenissen, gesprekken, films, boeken, radio, tv, internet. En die zijn allemaal onderdeel van de cultuur en de subculturen waar ik deel van uitmaak.

Bovendien is het moeilijk uit te maken wat ‘de maatschappij’ nou precies vindt, wat precies het culturele narratief is. Ik denk dat dat niet heel precies te zeggen is, dat het te divers is. Dat wat ik denk dat de maatschappij vindt, zou heel goed kunnen voortkomen uit het individuele narratief van waaruit ik naar de maatschappij kijk.

Collectief versus individueel narratief, een vraag van mijn vriendin (1)

Mijn vriendin mailde me:

“Collectieve narratieven vind ik interessant. En meer nog dan religie (die misschien een heel voor de hand liggende is) vind ik bijvoorbeeld het collectieve narratief over wat ‘vertrouwen’ is, of wat ‘liefde’ is of wat ‘familie’ is interessant, en hoe je je collectieve narratieven of misschien culturele narratieven in jezelf kunt ontdekken en hoe je jezelf daarvan kunt bevrijden.”

Mijn eerste reactie daarop:

Ik geloof niet dat collectieve narratieven iets zijn waarvan een mens zich per se moet bevrijden (al weet ik eigenlijk ook niet of je dat bedoelt, wie weet bedoel je het anders).

Natuurlijk, het lijkt me goed om te kijken naar wat onze narratieven zijn — zowel de individuele als de collectieve — het is goed om ons bewust te worden van welke gedachten en welke aannames we hebben, of ze juist zijn, of ze werkbaar zijn, of ze overeenstemmen met de waarden die we denken te hebben.

Maar het hebben van narratieven is niet per se iets waarvan we verlost hoeven te worden.

Zowel individuele als collectieve narratieven bepalen onze identiteit, en ik denk niet dat we zonder die identiteit, of zonder een identiteit, kunnen leven. Al kunnen we wel vraagtekens bij die identiteit zetten en waar nodig en mogelijk onze identiteit en ons narratief proberen aan te passen.

Ook zonder onze collectieve narratieven en zonder collectieve identiteit kunnen we niet. Het zou anders onmogelijk zijn om met elkaar te praten, omdat zowel taal als geschiedenis als de maatschappij er deel van uitmaken. Zonder een collectief of cultureel narratief hebben weg geen gemeenschappelijk kader en  zouden we elkaar niet kunnen begrijpen.

Het kan zijn dat er iets is in het collectief narratief zit waarmee we ons niet willen vereenzelvigen, dat we niet deel willen laten zijn van ons individuele narratief. Daar zit dan conflict.

Maar goed, dat gaat alleen nog maar over een deel van je vraag, namelijk over  het ons bevrijden van het collectieve narratief. Dat laat nog onbeantwoord je vraag in hoeverre het collectieve narratief zich laat ontdekken in ons persoonlijke narratief, bijvoorbeeld als het gaat om vertrouwen, liefde of familie. Daar wil ik graag een volgende keer verder over schrijven.

Collectief narratief versus persoonlijk narratief (4)

Sinterklaas, God, reïncarnatie… de gesprekken daarover met mijn dochter… als ik er nu op terugkijk was er steeds een collectief verhaal waartoe we ons te verhouden hadden. En ik had me ook te verhouden tot háár verhaal, voor mij was het ook interessant welk verhaal ik aan haar doorgaf en welk verhaal zij zichzelf vertelde.

Ik herinner me ook onze gesprekken die los leken te staan van geloof. Gesprekken die gingen over het echte leven: over vriendschappen, relaties, werk — de vreugde en het verdriet daarover. Ze zei me eens dat haar moeder en ik haar een overwegend zonnige jeugd hadden gegeven maar dat ze zich daarin niet helemaal voorbereid voelde op hetgeen later kwam en dat soms niet zo zonnig was: een vriendin die de vriendschap opzegde, een collega die geen zin had in het werk en die neerkeek op iedereen die er wel zin in had.

En toch, het verschil tussen de gesprekken over het geloof en die over het echte leven lijkt — nu ik er over nadenk — niet zo groot. Ging het in haar jeugd meer over verhalen zoals dat over Sinterklaas waarvan het duidelijk was dat het een verhaal was, toen ze ouder was en het over werk en vriendschappen en relaties ging, ging het eigenlijk nog steeds over verhalen, maar nu presenteerden ze zich niet nadrukkelijk als zodanig. Het waren meer verwachtingen, onbewuste aannames over hoe iets hoort te zijn en over hoe iets zal zijn, maar ook dat zijn narratieven, soms individueel en soms collectief.

Collectief narratief versus persoonlijk narratief (3)

Een van de eerste verhalen die we onze dochter vertelden, zal het verhaal van Sinterklaas geweest zijn. Ik was daar geen voorstander van, ik wilde haar niet iets doen geloven dat niet waar was, maar haar moeder zei dat het geluk van een paar jaar in Sinterklaas geloven opwoog tegen de leugen, en ik ging daarin mee. Toen mijn dochter vijf of zes was en de zeepbel uiteen spatte, zei mijn dochter dat ze het niet had willen missen.

Een paar jaar later vroeg ze me of God bestond. ‘Wil je dat God bestaat?’ vroeg ik. ‘Heb je hem nodig? Is hij belangrijk voor je?’ ‘Nee,’ zei ze, ‘voor mij hoeft het niet.’ ‘Dan bestaat hij niet,’ zei ik. ‘Maar,’ zei ze, ‘mijn buurmeisje heeft haar vader verloren, ik kan me voorstellen dat God voor haar wel belangrijk is.’

Nog later, ik denk in de tijd dat ze aan het studeren was, kwam het gesprek op reïncarnatie, of ze daarin geloofde. ‘Nee, dat wil ik niet,’ zei ze, ‘over is over, als het leven voorbij is heb ik mijn rust wel verdiend.’ ‘Ben je het leven moe, lieverd?’ vroeg ik, niet helemaal on topic. ‘Nee,’ zei ze, ‘dat niet, het leven is goed zolang het duurt, maar daarna is het wel klaar, het moet niet eeuwig doorgaan.’

Collectief narratief versus persoonlijk narratief (2)

Toen ik de film ‘3 Days in Quiberon’ keek, was mijn eerste reactie: de journalist van STERN die Romy Schneider in een collectief narratief wil plaatsen is slecht, Romy Schneider die haar individuele narratief wil vertellen is goed, en ik ben ook goed, want ik vind het verachtelijk dat deze journalist ten koste van Romy Schneider een artikel wil publiceren.

Maar zo eenvoudig is het niet.

Het collectieve narratief is niet iets wat in handen is van één persoon, van één journalist. Zoals de term al doet vermoeden, is het collectieve narratief van een groep, en als je de term ‘cultureel narratief’ zou gebruiken is het zelfs het verhaal van een hele cultuur. Het culturele narratief is van iedereen.

Door films te kijken van Romy Schneider, door over haar te lezen, door deze gefictionaliseerde documentaire van haar te bekijken, door er nu over te bloggen, maak ik net zo goed onderdeel uit van dat collectieve narratief als de journalist van STERN.

Een bijzonder gegeven is dat de journalist die destijds het interview heeft afgenomen — een interview trouwens dat door Romy Schneider werd geautoriseerd — zijn medewerking heeft verleend aan deze gefictionaliseerde film door de regisseur inzicht te geven in hoe hij destijds te werk is gegaan. En de fotograaf van destijds heeft de vele foto’s die hij die drie dagen heeft geschoten, gedeeld met de regisseur. Daarmee hebben ze geholpen om te laten zien hoe het interview tot stand kwam, en meegewerkt aan een film die laat zien hoe collectieve narratieven werken.

Zien hoe narratieven werken, vind ik bij nader inzien interessanter dan er een moreel oordeel over te hebben.

Collectief narratief versus persoonlijk narratief (1)

Ook iemands naam is taal. En taal behoort tot het collectieve narratief. Iemands naam behoort dus tot het collectieve narratief.

In de film ‘3 days in Quiberon’ laat de actrice Romy Schneider zich in een afkick-kliniek een paar dagen lang interviewen door een journalist van STERN. De film is gespeeld, maar het interview heeft echt plaatsgevonden, het was het laatste interview dat Romy Schneider voor haar plotselinge dood gaf.

De journalist wil een stuk schrijven waarover gesproken wordt, een stuk dat de oplagecijfers omhoog stuwt, een stuk dat hem beroemd maakt. Daarvoor moet hij haar framen, daarvoor moet hij haar ondergeschikt maken aan het collectieve narratief dat het grote publiek van haar kent. Romy Schneider is voor hem en voor zijn lezers vooral de actrice die groot werd door Sissy te spelen. ‘Europa’s grootste vrouwelijke filmster (…) de bron van een publiek schandaal,’ zo noemt hij haar.

Romy Schneider geeft het interview juist om haar individuele narratief over het voetlicht te brengen. Ze wil de echte Romy Schneider laten zien, niet Sissy. ‘Ik ben niet de vrouwen die ik in mijn films speel. Ik ben een ongelukkige vrouw van 42 en mijn naam is Romy Schneider.’

De film laat de strijd tussen de journalist en de actrice zien, de strijd tussen het collectieve en het individuele narratief.

Dit is de trailer op YouTube.

Collectief narratief en taal (3)

Een paar jaar geleden vroeg mijn vriendin hoe ik het zou vinden om het contact dat we hadden voortaan een relatie te noemen.

Een relatie.

Zij had al een relatie met iemand anders, een fijne, polyamoreuse relatie, haar associaties bij het woord ‘relatie’ waren vooral positief, ze wilde daar wel meer van. Ik kwam uit een relatie waarvan het einde niet zo fijn was, ik hoefde daar niet meer van.

Mjn vriendin en ik, twee mensen met ieder een eigen, individueel narratief rondom het woord ‘relatie’. Het bleek op dat moment niet mogelijk om dat woord een gezamenlijke betekenis te geven. En het werd toen ook geen relatie, het werd iets ingewikkelds — en waardevols — waarvoor het moeilijk was om woorden te vinden.

Skip forward. We zijn een paar jaar en wat ervaringen, gesprekken en emoties verder. En we hebben een relatie, die we ook als zodanig benoemen. Wellicht kon dat gebeuren doordat we meer ervaring opdeden met wat een relatie voor ons kan betekenen. Het woord heeft nu meer een gemeenschappelijke geschiedenis en een gemeenschappelijk narratief.

Collectief narratief en taal (2)

Toen ik een boek schreef over het schrijven van korte verhalen, lag het voor de hand om woorden te gebruiken als ‘personage’, ‘spanningsboog’, ‘plot’, ‘conflict’, ‘dialoog’ en nog een paar van die woorden die je ook in andere boeken over schrijven en literatuur tegenkomt.

Maar ik had iets nieuws te vertellen, ik had in mijn jarenlange ervaring als schrijver van korte verhalen mechanismes ontdekt die ik niet in andere boeken over schrijven tegenkwam. Maar als ik alleen het gebruikelijke jargon zou gebruiken, zou ik al snel het collectieve narratief en de gebruikelijke gedachtes over het schrijven van verhalen terecht komen.

En dus gebruikte ik een metafoor. Ik kwam uit bij de fotografie. En zo kon ik het hebben over de sluitertijd van een verhaal, het kader ervan, de gulden snede, bokeh, vignettering en over de lagen in het beeld. Op die manier kon ik met ongebruikelijke woorden iets ongebruikelijks over korte verhalen verwoorden.

Collectief narratief en taal (1)

Eerder schreef ik: “Door de taal te gebruiken bevestig ik dat ik onderdeel uitmaak van het collectieve narratief en lijk ik ook dat narratief te bevestigen.”

We maken niet onze eigen woorden, we gebruiken de woorden die de taal ons aanreikt. En taal, dat is onze geschiedenis, dat is onze maatschappij. We spreken de taal van onze geschiedenis en onze maatschappij.

Denken gebeurt in taal. Gedachtes zijn taal.

Als het zo is dat onze taal wordt gedefinieerd door de geschiedenis en de maatschappij, wordt ook ons denken daardoor gedefinieerd.

We hebben niet onze eigen gedachtes. We hebben de gedachtes die de maatschappij en de geschiedenis ons aanreiken.