Beginnen (1)

Een nieuw schooljaar, ik loop het klasklokaal binnen, er zit een nieuwe groep, een groep die ik het komende semester les zal geven.

Nieuwe gezichten, ik probeer ze in me op te nemen, probeer ze te onthouden. Jij lijkt op die en die, je hebt net zo’n donkere blik en van die grote oren, dat kan ik onthouden. En jij lijkt op die en die, je bent net zo beweeglijk en je blijft maar praten, ook dat kan ik onthouden.

Een nieuwe situatie zetten we vaak af tegen een bekende situatie. We proberen de situatie zo min mogelijk nieuw en onbekend te laten zijn.

Het kan zijn dat ik de groep een voorbeeld geef dat ik gewoonlijk geef, maar dat het nu niet blijkt te werken. Of dat degene die nogal beweeglijk is en veel praat, als eerste terug is van de pauze, terwijl ik beweeglijk zijn en veel praten had geassocieerd met te laat komen. Of dat de vrijheid die ik geef en die meestal gewaardeerd wordt, nu wordt gezien als gebrek aan structuur en tot weerstand leidt.

Pas als er dingen anders gaan dan we gewend zijn, dringt tot ons door dat een situatie nieuw is.

Fouten maken, met lege handen staan, met een mond vol tanden, dat hoort allemaal bij nieuw, bij beginnen. Het vraagt om het loslaten van onze gewoontes en om het aanpassen van ons narratief. Pas als we de situatie kunnen zien voor wat die werkelijk is, zijn we voorbij het begin.