Vanuit het begin

Voor het oktober-novembernummer van Schrijven Magazine schreef ik een essay over ruimte — over de ruimte van de schrijver en de ruimte van het verhaal. Een deel van het artikel gaat over hoe het verhaal zich ontwikkelt vanuit zijn eigen begin.

Een citaat: “Het leven denkt niet: hoe nu verder, waar zal ik eens naartoe werken? Het gaat gewoon verder met wat er is, met dingen die je al gezien had en met dingen die je tot dan toe over het hoofd had gezien. [En zo gaat het ook met het schrijven van een verhaal.] Als je goed genoeg kijkt, als je goed genoeg leest wat je daadwerkelijk geschreven hebt, kan het zich openbaren.”

In dat kader citeer ik ook Pavese: “Wanneer de eerste regel van het verhaal is geschreven zijn de stijl, de toon en de wending van de feiten al gekozen. Is de eerste regel gegeven, dan is het verder een kwestie van geduld: al het overige moet, en kan, eruit voortkomen.” (Cesare Pavese, Leven als ambacht, 22 juli 1938)

Mijn vriendin las het artikel en we spraken er samen over bij mij thuis op de bank. Ze had wat nuanceringen bij het idee dat het einde van het verhaal kan voortkomen uit het begin ervan. Luister met ons mee:

Geen begin, geen einde (2)

Je zou het narratief van mensen en personages kunnen zien als een continuüm, iets dat alsmaar doorgaat, iets zonder begin en einde.

Het narratief gaat zijn eigen gang volgens zijn eigen logica, het groeit, het zingt zich steeds verder los van dat wat er buiten het narratief is, van zoiets als een werkelijkheid. Op den duur loopt het narratief tegen grenzen van zijn groei aan, grenzen die gesteld worden door die werkelijkheid. Dan is het  verschil tussen het narratief en de wereld daarbuiten te groot geworden en is het narratief in zijn huidige vorm onhoudbaar. Vervolgens wordt het aangepast, teruggesnoeid tot iets dat niet te ver afwijkt van hetgeen er buiten zichzelf is. Daarna woekert het narratief in zijn teruggesnoeide vorm verder, totdat het opnieuw tegen grenzen aanbotst, ad infinitum.

Het narratief begint nergens, het is nooit begonnen binnen zijn eigen narratief. Er is nooit binnen het narratief een moment geweest waarop het narratief ervaart: nu begin ik. En er zal nooit een moment komen waarop het narratief zegt: nu ben ik gestopt.

Als een boek of film begint, is het narratief van het personage er al. Het narratief staat niet — als een acteur bij de opname van een speelfim —  te wachten tot de opname begint om vervolgens op een teken van de regisseur — actie! — tot leven te komen.

Geen begin, geen einde (1)

Het is nacht, ik lig op bed te video-bellen met mijn vriendin. Ik zie haar op de laptop die op de plek staat waar soms haar kussen ligt, het is alsof we samen zijn. Ze heeft mijn blogpost gelezen over mijn perceptie van haar, en ze vindt er iets van.

Waar die blogpost over ging: ik had een blik in haar ogen herhaaldelijk geïnterpreteerd als wantrouwend, afkeurend. Maar voor haar ging het niet over wantrouwen of afkeuren, voor haar ging het om onderzoeken, om proberen te begrijpen. Ik had een narratief gevormd dat niet bleek te kloppen, en daarover had ik hier geschreven.

Ze vindt het een interessante post. En ze voelt zich niet te kijk gezet, het blog gaat over mijn perceptie van haar, en dus laat het vooral iets van mij zien en niet zozeer van haar.

Waar ze haar vraagtekens bij zet, is het einde van het blog, waarin ik schrijf: “Pas als we de situatie kunnen zien voor wat die werkelijk is, zijn we voorbij het begin.”

‘Maar we zijn toch niet net begonnen?’ zegt ze. ‘We kennen elkaar al een paar jaar! En we hebben wel meer inzichten gehad dan dit ene, het was niet ons eerste, niet ons begin.’

‘Dat klopt,’ zeg ik, ‘maar ik bedoelde niet te zeggen dat onze relatie nog maar net is begonnen. Ik bedoelde te zeggen dat als ik inzie dat mijn narratief niet overeenstemt met de werkelijkheid, dat er dan iets begint, dat er dan iets in gang wordt gezet. En dat hoeft niet het eerste begin te zijn, het kan het zoveelste begin zijn van een verandering van mijn narratief.’

‘Het lijkt me handiger om dan geen woorden te gebruiken als begin of einde,’ zegt ze. ‘Ik zou zeggen dat het narratief een continuüm is.’

‘Zo kun je er ook tegenaan kijken,’ zeg ik. ‘Een boek of een film heeft een begin en een einde, maar het narratief van een personage of van een mens heeft dat niet. Het is er gewoon, het past zich hier en daar aan, het neemt af en toe een afslag, en het gaat door.’

Het einde van het begin (3)

Oké, het personage dacht aanvankelijk dat hij de werkelijkheid zag voor wat die is, ontdekt vervolgens dat dat toch niet het geval is, en dan kijkt hij naar de dreigende barst in zijn narratief en dan neemt het verhaal een begin.

En dat kan zich herhalen, hij kan steeds opnieuw inzien dat hij het nog niet goed zag, dat er barsten in zijn narratief zitten, dat er barsten bijkomen. En dan uiteindelijk, als hij de situatie echt ziet voor wat die is, zijn we voorbij het begin.

En daarna?

Daarna kan het zijn dat hij een oplossing wil voor de situatie die er is. Hij is depressief, hij erkent dat, hij plaatst het niet buiten zichzelf, hij maakt het niet groter, niet kleiner, het is wat het is. En hij gaat op zoek naar genezing. Menselijk om te doen, wijs ook, al geeft dat wel een nieuw conflict: er is namelijk een verschil ontstaan tussen de situatie zoals die is (ziekte), en de situatie zoals die moet zijn (gezondheid). Dat wat er is, wordt afgekeurd.

Een oplossing zoeken kan betekenen: terug naar het oude narratief willen, naar het narratief van voordat er barsten kwamen. Denken dat er een oplossing is, kan een narratief conflict doen herleven en in stand houden.

Pas als er geen oplossing meer wordt gezocht – bijvoorbeeld omdat er een oplossing is gevonden of omdat een oplossing zinloos of onmogelijk blijkt – kan het narratief oplossen in dat wat er daadwerkelijk is.

Het einde van een roman of verhaal gaat over het einde van het narratief.

Het einde van het begin (2)

Oké, een personage ziet in dat er een verschil is tussen enerzijds wat hij dacht dat er was en anderzijds dat wat er daadwerkelijk aan de hand is. Hij ziet in dat er een conflict tussen die twee is, en daarmee heeft het verhaal een aanvang genomen.

Wat gebeurt er daarna?

Waarschijnlijk ontstaat er daarna een situatie die hij opnieuw niet helemaal kan aanzien voor wat die in werkelijkheid is. Hij krijgt bijvoorbeeld van de huisarts te horen dat hij een depressie heeft, en vervolgens denkt hij dat het wel meevalt en dat het toch een dipje is (ontkenning), of hij denkt dat het nooit meer goed zal komen (overdrijving), of dat het vooral door het werk komt en dat niet hijzelf maar zijn baas een probleem heeft (externalisatie), of dat het allemaal geen probleem hoeft te zijn als hij maar een stappenplan volgt dat hij op internet heeft gevonden (rationalisatie).

Daarna zal hij wellicht ontdekken dat de overdrijving of de externalisatie of rationalisatie niet werkt, en dat zijn narratief nog steeds niet overeenkomt met wat er daadwerkelijk aan de hand is. Dat geeft opnieuw een conflict, en opnieuw een begin.

Meestal komt er na het eerste begin, een tweede begin, een derde, en zo nog een paar.

Het einde van het begin (1)

Wanneer houdt het begin op het begin te zijn?

Eerder schreef ik: “Pas als we situatie kunnen zien voor wat die werkelijk is, zijn we voorbij het begin.”

Tot die tijd zijn we nog niet echt begonnen. Misschien sluimert er iets in ons, zoals een onbehaaglijk gevoel, maar voralsnog is er ons vertrouwde narratief, en geen reden om daarvan af te wijken: we zijn gezond, iedereen is tevreden, niets aan de hand.

Vervolgens is er iets dat voorbij een onbehaaglijk gevoel gaat en dat ons ermee confronteert dat ons vertrouwde narratief niet klopt: er is bijvoorbeeld een partner die ons ergens op wijst, op iets wat niet genegeerd kan worden. Of er is een situatie die we op geen enkele manier meer kunnen rijmen met hoe we die aanvankelijk beoordeelden. Het kan bijvoorbeeld zijn dat het negatieve gevoel dat we aanvankelijk wegwuifden niet een dipje blijkt maar dat het maandenlang doorgaat, we komen ons bed amper nog uit, er is meer aan de hand. Als we dat inzien, dan is er een begin gemaakt.

Dat begin heet een conflict. Als ons narratief niet blijkt te kloppen met wat er buiten ons narratief is, is er een conflict. Als ons duidelijk is geworden dat ons vertrouwde narratief niet klopt, zijn we begonnen.

Beginnen (5)

Ik zit bij mijn vriendin thuis op de bank, we bekijken haar foto’s. Vier boeken met variaties op hetzelfde meisje, op de eerste foto is ze een baby, op de laatste een tiener op schoolreisje in Rome, de foto’s daarna zitten niet in deze boeken, die heeft ze alleen digitaal, we bekijken vanmiddag alleen de papieren foto’s.

Van foto tot foto zie ik haar groeien, veranderen. Vaak gebeurt dat in een rechte lijn, dan is er op een foto iets te zien dat deel van haar  zal blijven, haar rode haar bijvoorbeeld, en haar pony. Soms is er iets dat een omweg is, dat slechts een enkele foto of een paar foto’s standhoudt, en dan weer verdwijnt.

Wat ik op sommige foto’s zie: een gezichtsuitdrukking die afstandelijk lijkt, een gezichtsuitdrukking die ik ook zie als we samen zijn, een blik die ik dan uitleg als dat ze me niet helemaal vertrouwt, dat ik iets verkeerd zeg, dat ze iets van me afkeurt.

Als we de fotoboeken uit hebben, vraag ik: ‘Wat betekent die blik eigenlijk?’

Ze hoeft niet lang na te denken. ‘Dan neem ik de situatie in me op,’ zegt ze. ‘Dan probeer ik de situatie te begrijpen.’

Dat ze me wantrouwt, zoals ik het uitlegde, of dat ze me probeert te begrijpen, zoals het voor haar is, dat is nogal een verschil.

Ik moet denken aan wat ik een paar dagen geleden op dit blog schreef:

“Fouten maken, met lege handen staan, met een mond vol tanden, dat hoort allemaal bij nieuw, bij beginnen. Het vraagt om het loslaten van onze gewoontes en om het aanpassen van ons narratief. Pas als we de situatie kunnen zien voor wat die werkelijk is, zijn we voorbij het begin.”

Beginnen (4)

Nog een klassiek verhaalbegin. Dit keer Lolita van Nabokov.

Net als de mens in het scheppingsverhaal, ontstaat ook Lolita vanuit taal, vanuit spraak:

“Lolita, mijn levenslicht, mijn lendevuur. Mijn zonde, mijn ziel. Lo-lie-ta: de tongpunt daalt drie treden het gehemelte af en tikt bij drie tegen de tanden. Lo. Lie. Ta.” (Vertaling: Rien Verhoef, De Bezige Bij)

En net als het scheppingsverhaal, onstaat ook Lolita binnen het narratief van de hoofdpersoon. Hij geeft haar een geschiedenis, zijn eigen geschiedenis, plaatst haar in een rij van kindmeisjes, projecteert dat kindmeisje op haar:

“Had ze een voorgangster? Ja zeker, nou en of. In feite was er misschien wel helemaal geen Lolita geweest als ik niet al eens een zomer een eerste kindmeisje had bemind.”

Beginnen (3)

Er is nauwelijks een sterker begin te vinden dan dat van het Bijbelse scheppingsverhaal. In slechts een paar alinea’s zet het zo krachtig een verhaal neer, dat er een boek — en een conflict — van tweeduizend pagina’s uit kan ontstaan.

Dat kan doordat het van meet af aan voorbeeldig gebruik maakt van narratieve elementen, zoals tijd, ruimte en perspectief.

Meteen in de openigszin verschijnt het hoofdpersonage ten tonele: “In het begin schiep God de hemel en de aarde.” God als protagonist, om hem draait dit verhaal.

In de volgende alinea’s worden tijd en ruimte gecreëerd, en wel vanuit het perspectief van het hoofdpersonage, vanuit God, het is zijn geest van waaruit tijd en ruimte ontstaan. En dat is wat narratieven doen: hun eigen tijd en ruimte creëren.

Eerst creëert God de tijd: “God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht.” Daarna schept hij de ruimte: “God zei: ‘Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt.’ En zo gebeurde het.”

Een ander narratief element is taal. In Genesis ontstaat de hele schepping vanuit taal, vanuit spraak, vanuit wat God zegt wat er moet zijn. Narratieven zijn taal en ze onstaan ook in taal.

Ook de tegenspelers van God, de antagonisten, de mensen, worden vanuit zijn taal en zijn beleving geschapen. “God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken.'”

Iemand scheppen naar je evenbeeld, vanuit je eigen denken en taal, dat is wat mensen en personages doen: de ander niet aanzien voor wie hij is, maar zien als iemand op wie je van alles van jezelf kunt projecteren. Het scheppingsverhaal doet dat in extremo.

Beginnen (2)

Bij aanvang van een verhaal begint er zowel iets voor het personage als voor de lezer. Je zou denken dat dat hetzelde is: wat er voor het personage begint is dat wat er voor de lezer begint, ze gaan samen een avontuur aan. Dat is deels het geval, en deels ook niet. Het personage en de lezer zijn ook met verschillende dingen bezig.

Het personage wordt aan het begin van het verhaal geconfronteerd met een conflict. Hij denkt bijvoorbeeld dat hij helemaal oké is maar veroorzaakt wel een dodelijk ongeluk met te veel alcohol in zijn bloed, en heeft vervolgens iets uit te zoeken met zichzelf. Misschien wil hij dat liever niet aangaan — met andere woorden: begint hij er niet aan — en houdt hij vast aan zijn vertrouwde narratief, aan zijn idee dat hij goed is, dat misschien sommige andere mensen slecht zijn en grote fouten maken, maar hij niet. Hij kan wel begrijpen dat de moeder van het slachtoffer verdrietig is, maar niet dat ze hem haat.

De lezer staat aan het begin van het verhaal voor een deel iets anders te doen dan het personage. De lezer wil vooral snel in het verhaal komen en begrijpen wat er aan de hand is. Waar is hij? Wat gebeurt er? Wie zijn al die mensen? Waarom moet hij dit lezen?

De schrijver staat voor een dubbele taak. Hij wil het personage bezighouden door hem een conflict te geven, een conflict dat zijn narratief overhoop haalt, dat het personage dwingt ergens aan te beginnen waaran hij niet wil beginnen. Anderzijds wil hij de lezer wegwijs maken.

Die twee taken hoeven niet op gespannen voet met elkaar te staan. We leren iemand juist kennen in zijn strijd met dat waarvan hij wil dat het er niet is. Dat het personage te maken krijgt met een conflict en met barsten in zijn narratief, kan voor de lezer juist een effectieve en natuurlijke manier zijn om het personage en het verhaal snel te leren kennen, om zich het verhaal eigen te maken, om het te beginnen.