Collectief narratief (3)

Mijn vriendin schreef:

“Ik denk dat ik in mijn literaire werk me veel meer focus op een personage dat zich tot het culturele narratief moet verhouden, en die zijn eigen individuele narratief op dat culturele narratief wil laten aansluiten, dan op een personage dat zich enkel verhoudt tot zijn eigen persoonlijke narratief en de cognitieve dissonantie met de werkelijkheid.”

En nu vraag ik mij af: 

Is het zo dat wij mensen zoals vogels zijn? Dat wij onderdeel van een zwerm zijn? Dat niemand afzonderlijk de zwerm is, maar dat wij allemaal een stukje van die zwerm zijn, en dat er tegelijkertijd iets van de zwerm in ons zit? Of met andere woorden: zitten wij in de zwerm en zit de zwerm in ons?

En hoe zit het dan met het culturele narratief? Is dat buiten ons? Kunnen wij ons tot het culturele narratief verhouden als tot iets wat buiten ons is? Zit in ons individuele narratief ook niet altijd een deel van het culturele narratief?

En als ons individuele narratief zich verhoudt tot de werkelijkheid daarbuiten, is het dan zo dat we met ‘daarbuiten’ bedoelen: het narratief van de anderen en ook het culturele narratief? Is hoe het individuele narratief zich verhoudt tot de werkelijkheid daarmee min of meer gelijk aan hoe het individuele narratief zich verhoudt tot het narratief van anderen en tot het culturele narratief?

Collectief narratief (1)

Eerder schreef ik: ‘Niet alleen een organisme is erop gericht om te blijven voorbestaan. Ook de soort waartoe het behoort is gericht op voortbestaan. Hetzelfde geldt voor narratieven. Niet alleen individuele narratieven willen overleven, collectieve narratieven willen dat ook.’

Een manier waarop collectieve narratieven proberen te overleven is door bezit te nemen van de taal.

Een voorbeeld daarvan is het onderscheid dat binnen ons collectieve narratief wordt gemaakt tussen mannen en vrouwen. Dat is een onderscheid dat van generatie op generatie via de taal is doorgegeven.

Als ik iemand zou vragen of hij de sleutels van mijn partner heeft gevonden, dan moet ik, als ik een bezittelijk voornaamwoord wil gebruiken, zeggen dat we haar sleutels zoeken, waarmee ik aangeef dat de sleutels aan een vrouw en niet aan een man toebehoren. Blijkbaar is dat verschil van collectief belang.

Het gaat me nu niet specifiek om de gender-discussie. Het gaat me erom dat ik als taalgebruiker een onderscheid moet maken dat al generaties in de taal gecodeerd is, en dat het moeilijk of bijna onmogelijk is om me uit te drukken zonder dat onderscheid en zonder de woorden die dat onderscheid aangeven.

Door de taal te gebruiken bevestig ik dat ik onderdeel uitmaak van het collectieve narratief en lijk ik ook dat narratief te bevestigen.

Behoud van het narratief (7)

Wat ik me afvraag: wat gebeurt er als ik van gedachte verander? Of, zoals de Engelsen dat noemen: if one changes his or her mind? Als ik een beslissing heb genomen, is dan mijn mind echt veranderd, of is er toch nog iets — of meer dan iets — onveranderd gebleven?

Stel: ik heb gisteravond een aangrijpende film gezien en ik denk daaraan terug. En stel: vanmiddag ga ik met een vriend lunchen en ik verheug me daarop. Als ik eerst een tijdje aan de film terugdenk, en daarna een tijdje in gedachten vooruitblik op onze lunch, dan zijn mijn gedachten toch niet veranderd? Dan is mijn mind toch dezelfde gebleven? Dan is er in mijn hoofd toch een ruimte waarin de film bestaat, en een ruimte waar het etentje bestaat? Die twee kunnen toch gewoon allebei bestaan?

Oké, een ander voorbeeld. Stel: ik wil graag een stoel kopen om in te lezen. Ik oriënteer me en ik vind een stoel die lekker zit, die mooi is, en honderd euro kost. Ik wil die stoel kopen, en ontdek in de winkel een stoel die lekkerder zit, die net zo mooi is, en tweehonderd euro kost. Ik besluit die tweede stoel te kopen, bedenk me, wil het toch bij de eerste stoel houden, en bedenk me nog een keer, het wordt toch de tweede stoel.

Is het in dit tweede voorbeeld met de stoelen zoals met het eerste voorbeeld met de film en het etentje? Is het zo dat in mijn hoofd ‘ik wil de eerste stoel’ en ‘ik wil de tweede stoel’ los van elkaar bestaan, dat ze allebei een eigen plek in mijn hoofd houden? Misschien zelfs nog nadat ik de beslissing heb genomen? Dat als ik besloten heb dat ik de ene stoel wil, dat dan nog steeds de gedachte bestaat dat ik de andere stoel wil?

Behoud van het narratief (6)

Ons brein filtert niet alleen informatie — zoals we eerder zagen — het gebruikt ook andere methodes. Zoals het zelf aanvullen van informatie die onvoldoende duidelijk is of onvoldoende samenhang heeft. En ook daarbij kan het gebeuren dat het narratief kunstmatig in stand wordt gehouden.

Benson schrijft hier in zijn blog over: “De wereld is zeer verwarrend, en uiteindelijk zien we er alleen maar een kleine splinter van, waar we betekenis aan moeten geven om te overleven. Als we slechts beperkte informatie krijgen, dan vullen we zelf de gaten in met dingen die we al denken te weten.”

Er zijn verschillende mechanismen die helpen om betekenis te geven. Een  daarvan is het werken met stereotypen. Als we iets niet volledig hebben waargenomen, bijvoorbeeld wat iemand doet, dan zijn we geneigd de ontbrekende informatie aan te vullen met dat wat we karakteristiek vinden aan de groep waartoe iemand behoort. Op die manier hebben we én de gebeurtenis begrepen én ons narratief over de groep in stand gehouden.

Een ander mechanisme is Hindsight bias, dat Wikipedia beschrijft als ‘Zie je, ik wist het wel!’ Het is het mechanisme waarbij we achteraf invullen dat we iets konden zien aankomen, hoewel er vooraf weinig of zelfs geen objectieve aanwijzingen voor waren. Dit mechanisme zorgt ervoor dat gebeurtenissen meer samenhang krijgen, en het doet ons narratief consistenter lijken dan het daadwerkelijk is.

 

Behoud van het narratief (5)

Een paar dagen geleden schreef ik over een krachtig mechanisme dat ervoor zorgt dat een narratief zich handhaaft: Effort justification, ofwel: rechtvaardiging van de moeite. We zijn geneigd om langer in een narratief  te volharden als we er veel moeite voor hebben gedaan om zover te komen.

Effort justification is niet het enige mechanisme dat ervoor zorgt dat een narratief in stand wordt gehouden. Er zijn er meer, en die heeft Buster Benson handig in kaart gebracht in een blog. Dat blog gaat niet per se over narratieven, maar vooral over short cuts waarvan onze hersenen gebruik maken. En sommige van die short cuts zorgen ervoor dat we in een narratief blijven hangen.

Benson onderscheidt een paar categorieën. De eerste zorgt voor een snelle manier om een teveel aan informatie te verminderen, en hersenen doen dat door te filteren.  Een paar voorbeelden van zo’n filter zijn:

Confirmation bias. Wikipedia zegt hierover dat we vooral zoeken naar informatie die bevestigt wat we vooraf al geloofden of veronderstelden. Bovendien onthouden we die bevestigende informatie ook beter dan informatie die ons tegenspreekt. Wie een bepaald type auto wil kopen, maar voor de zekerheid nog even googlet of het wel een goede keuze is, zal meer geneigd zijn om bevestigende meningen te geloven, dan meningen die tegenspreken.

En dan is er ook nog de Empathy gap. Als we in een bepaalde staat zijn, is het moeilijker voor te stellen dat we ooit in een andere staat zullen zijn. Mensen die verliefd zijn, kunnen zich moeilijk voorstellen hoe het is om niet verliefd zijn. En wie ziedend is, heeft er niet  zo’n notie van hoe het is om ooit weer kalm te zijn.

Ten slotte is er ook de Attentional bias. Wie rookt zal eerder rookruimtes en asbakken zien dan wie niet rookt. En wie vrolijk is, zal in een menigte meer oog hebben voor vrolijke gezichten.

Mijn vriendin en ik in gesprek over narratieven in de liefde, op een brug in Amsterdam

Mijn vriendin en ik liepen door Amsterdam en na een tijdje kwam het gesprek op narratieven in onze relatie en in de liefde in het algemeen. Ik zette de voice recorder van mijn mobieltje aan en we praatten verder. Je kunt ons gesprek hier volgen, precies zoals het ontstond, live tussen de voorbijgangers, de auto’s en de boten.

“Wanneer een narratief over mezélf botst met wat er in de werkelijkheid gebeurt, dan is het pijnlijk en dan ben ik het ermee eens dat het een conflict oplevert. Maar als in de liefde een narratief over een ándere persoon of zelfs over een school of instituut niet blijkt te kloppen met de werkelijkheid is dat niet pijnlijk of conflictueus.”

Is dat zo?