Behoud van het narratief (6)

Ons brein filtert niet alleen informatie — zoals we eerder zagen — het gebruikt ook andere methodes. Zoals het zelf aanvullen van informatie die onvoldoende duidelijk is of onvoldoende samenhang heeft. En ook daarbij kan het gebeuren dat het narratief kunstmatig in stand wordt gehouden.

Benson schrijft hier in zijn blog over: “De wereld is zeer verwarrend, en uiteindelijk zien we er alleen maar een kleine splinter van, waar we betekenis aan moeten geven om te overleven. Als we slechts beperkte informatie krijgen, dan vullen we zelf de gaten in met dingen die we al denken te weten.”

Er zijn verschillende mechanismen die helpen om betekenis te geven. Een  daarvan is het werken met stereotypen. Als we iets niet volledig hebben waargenomen, bijvoorbeeld wat iemand doet, dan zijn we geneigd de ontbrekende informatie aan te vullen met dat wat we karakteristiek vinden aan de groep waartoe iemand behoort. Op die manier hebben we én de gebeurtenis begrepen én ons narratief over de groep in stand gehouden.

Een ander mechanisme is Hindsight bias, dat Wikipedia beschrijft als ‘Zie je, ik wist het wel!’ Het is het mechanisme waarbij we achteraf invullen dat we iets konden zien aankomen, hoewel er vooraf weinig of zelfs geen objectieve aanwijzingen voor waren. Dit mechanisme zorgt ervoor dat gebeurtenissen meer samenhang krijgen, en het doet ons narratief consistenter lijken dan het daadwerkelijk is.

 

Behoud van het narratief (5)

Een paar dagen geleden schreef ik over een krachtig mechanisme dat ervoor zorgt dat een narratief zich handhaaft: Effort justification, ofwel: rechtvaardiging van de moeite. We zijn geneigd om langer in een narratief  te volharden als we er veel moeite voor hebben gedaan om zover te komen.

Effort justification is niet het enige mechanisme dat ervoor zorgt dat een narratief in stand wordt gehouden. Er zijn er meer, en die heeft Buster Benson handig in kaart gebracht in een blog. Dat blog gaat niet per se over narratieven, maar vooral over short cuts waarvan onze hersenen gebruik maken. En sommige van die short cuts zorgen ervoor dat we in een narratief blijven hangen.

Benson onderscheidt een paar categorieën. De eerste zorgt voor een snelle manier om een teveel aan informatie te verminderen, en hersenen doen dat door te filteren.  Een paar voorbeelden van zo’n filter zijn:

Confirmation bias. Wikipedia zegt hierover dat we vooral zoeken naar informatie die bevestigt wat we vooraf al geloofden of veronderstelden. Bovendien onthouden we die bevestigende informatie ook beter dan informatie die ons tegenspreekt. Wie een bepaald type auto wil kopen, maar voor de zekerheid nog even googlet of het wel een goede keuze is, zal meer geneigd zijn om bevestigende meningen te geloven, dan meningen die tegenspreken.

En dan is er ook nog de Empathy gap. Als we in een bepaalde staat zijn, is het moeilijker voor te stellen dat we ooit in een andere staat zullen zijn. Mensen die verliefd zijn, kunnen zich moeilijk voorstellen hoe het is om niet verliefd zijn. En wie ziedend is, heeft er niet  zo’n notie van hoe het is om ooit weer kalm te zijn.

Ten slotte is er ook de Attentional bias. Wie rookt zal eerder rookruimtes en asbakken zien dan wie niet rookt. En wie vrolijk is, zal in een menigte meer oog hebben voor vrolijke gezichten.

Mijn vriendin en ik in gesprek over narratieven in de liefde, op een brug in Amsterdam

Mijn vriendin en ik liepen door Amsterdam en na een tijdje kwam het gesprek op narratieven in onze relatie en in de liefde in het algemeen. Ik zette de voice recorder van mijn mobieltje aan en we praatten verder. Je kunt ons gesprek hier volgen, precies zoals het ontstond, live tussen de voorbijgangers, de auto’s en de boten.

“Wanneer een narratief over mezélf botst met wat er in de werkelijkheid gebeurt, dan is het pijnlijk en dan ben ik het ermee eens dat het een conflict oplevert. Maar als in de liefde een narratief over een ándere persoon of zelfs over een school of instituut niet blijkt te kloppen met de werkelijkheid is dat niet pijnlijk of conflictueus.”

Is dat zo?

Behoud van het narratief (4)

Niet alleen een organisme is erop gericht om te blijven voorbestaan. Ook de soort waartoe het behoort is gericht op voortbestaan.

Hetzelfde geldt voor narratieven. Niet alleen individuele narratieven willen overleven, collectieve narratieven willen dat ook.

Een voorbeeld van zo’n collectief narratief is religie. Dat narratief is — in het geval van het Christendom — door vele generaties opgebouwd en uitgebreid, eeuwenlang is erin geïnvesteerd. Er werden kerken voor gebouwd, er werden oorlogen voor gevoerd, er werden maatschappijen volgens dit collectieve narratief ingericht.

Toen Darwin duidelijk maakte dat we niet van Adam en Eva afstammen maar, om het populair te zeggen, van de apen, en toen Nietzsche verklaarde dat God dood is, toen konden we van zo’n langdurig, uitgebreid en diep geworteld narratief als het Christendom niet verwachten dat het zou zeggen: ‘Aha, oké, bedankt voor de informatie, dan weet ik dat, ik zal mezelf opheffen.’

Maar het narratief moest zich op den duur toch iets aantrekken van het te groot geworden verschil met hetgeen zich buiten het narratief bevond. Dus deed het wat narratieven in zo’n situatie doen: een poging om met zo groot mogelijk behoud van zichzelf, zo min mogelijk aanpassingen te maken. En zo ontstond onder andere het theïstisch evolutionisme, volgens welke God de schepper is van de evolutie.

Behoud van het narratief (3)

In de vorige blogpost schreef ik: “Alles wat iemand doet, alle moeite die iemand zich getroost, wordt onderdeel van zijn narratief. Hoe groter de moeite, hoe meer een mens het wil uitbetaald zien in zijn narratief, in zijn identiteit.”

Ik had het zelf bedacht, maar de theorie blijkt al te bestaan. Het heet, in mooi Nederlands: effort justification. Je zou het, iets minder mooi, ook rechtvaardiging van de moeite kunnen noemen. Als je ergens veel moeite voor hebt gedaan, dan ben je eerder geneigd eraan vast te houden dan als je er minder moeite voor hebt gedaan.

Een voorbeeld. Als je flink geld voor een cursus betaalt, is de kans dat je naar iedere les gaat een stuk groter dan als diezelfde cursus gratis is.

Nog een voorbeeld: als iemand een ontgroening heeft ondergaan, dan is de kans groter dat hij bij die club blijft dan als die daar niet aan heeft meegdaan. Want hé, hij heeft al die narigheid toch niet voor niets ondergaan?

Effort justification is een van de oorzaken dat we — vaak onbewust — vasthouden aan een narratief.

Behoud van het narratief (2)

Een mens is meestal gericht op voortbestaan. Ook zijn narratief is meestal gericht op voortbestaan.

Een mens investeert in zijn narratief, al dan niet bewust. Alles wat iemand doet, alle moeite die iemand zich getroost, wordt onderdeel van zijn narratief. Hoe groter de moeite, hoe meer een mens het wil uitbetaald zien in zijn narratief, in zijn identiteit. Het einde van het narratief lijkt het fiasco zijn van al die investeringen.

Er is een tijd geweest dat ik overwoog te stoppen met lesgeven, wat een verandering zou zijn van mijn narratief, van mijn idee over mijn identiteit. Maar ik vond het moeilijk om mezelf niet langer als docent te zien en voor mijn beroep alleen nog maar te schrijven. In plaats van helemaal te stoppen met lesgeven, ben ik dat veel minder gaan doen. Op die manier kon ik aan mijn oude narratief — dat van docent — vasthouden en intussen toch andere mogelijkheden onderzoeken.

Misschien had mijn narratief ook op een andere manier kunnen overleven. Ik had bijvoorbeeld mezelf kunnen vertellen dat het lesgeven niet per se stond voor het lesgeven zelf maar voor contact met andere mensen, iets waar ik naast het alleen zijn tijdens het schrijven behoefte aan heb. Dan had ik aan dat contact een andere invulling kunnen geven en had mijn narratief slechts een kleine aanpassing nodig.

Ik bedoel niet te zeggen dat mensen en personages geen radicale beslissingen nemen, dat ze niet ergens mee kunnen stoppen. Maar ik denk dat een narratief zich graag wil continueren.

Misschien dat iemand zegt: maar ik ben juist avontuurlijk, ik houd ervan om steeds iets anders te doen en ergens anders te zijn, om me niet vast te leggen. Dan is dát zijn narratief, en misschien zal het hem dan moeite kosten zich wel te vestigen als hij daar toch behoefte aan heeft. Of misschien heeft hij die moeite niet, en toont zijn narratief zich flexibel, plastisch.

Behoud van het narratief (1)

Wie de blogposts hier leest, zou het idee kunnen krijgen dat ik iets heb tegen het feit dat mensen en personages een narratief met zich meedragen.

Immers, een narratief komt maar zelden overeen met de werkelijkheid, en dat gebrek aan overeenkomst leidt tot conflict. De gedachte zou dan kunnen zijn: laat het narratief vallen, en leef alleen maar met de werkelijkheid die zich aandient, dan is er geen vertekening, geen conflict.

Maar.

We hebben ons narratief nodig. Ons narratief bevat in een notendop onze identiteit, onze visie, ons levensdoel, onze overtuiginen, ons geheugen. Het is ook snel toegankelijk, we hebben het altijd paraat.

Stel je voor dat je geen narratief hebt en dat je ’s morgens wakker wordt. Je zou het huis waarin je wakker wordt, beschouwen als zo maar een huis. De mensen die zich eventueel in dat huis bevinden, zoals een partner en een kind, worden willekeurige mensen.

Misschien zijn de gevolgen zelfs verstrekkender.

Misschien zou je zonder narratief het huis waarin je wakker wordt niet eens meer beschouwen als een huis, en de mensen die je ontmoet niet eens meer als mensen, en beschik je zonder narratief niet eens meer over de begrippen ‘huis’ en ‘mensen’ omdat alleen al voor het begrijpen daarvan een narratief noodzakelijk is. Wellicht kan zonder een specifiek huis en zonder specifieke mensen, nooit de betekenis van een huis en van een mens begrepen worden.

Beeld en narratief (3)

Beelden kunnen ook de verbeelding van het narratief worden.

Stel je voor: een vrouw en man overleggen of ze een kat zullen nemen. De man zegt nee, de vrouw zegt ja, de man laat zich overhalen en er komt een kat.

Als de man de kat ziet, doet die hem denken aan dat hij zich heeft laten overhalen, hij vindt zichzelf te meegaand, de kat wordt voor hem drager van het beeld van meegaandheid. Als de man de kat ziet, voelt hij weerstand tegen het beest, soms zelfs weerstand tegen zichzelf.

Als de vrouw de kat ziet, denkt ze aan een periode uit haar jeugd, aan dat ze thuiskwam na een moeizame dag op school, en dat ze thuis eerst een tijd de kat aaide, dat ze zich dan beter begon te voelen. Voor haar is de kat de verbeelding van troost.

Man en vrouw kijken naar dezelfde kat, naar hetzelfde beeld, een beeld dat in twee verschillende narratieven twee verschillende betekenissen verbeeldt.

Beeld en narratief (2)

Eerst waren er alleen maar beelden, beelden die ik niet begreep, beelden zonder woorden.

Later waren er prentenboeken, ik zat bij mijn moeder op schoot, en mijn moeder wees plaatjes aan.

Schaap. Geit. Koe.

Beelden kregen een voice over, een klank, een woord.

En dat niet alleen, ze kregen ook een onderling verband. De koe stond naast het schaap. De geit stond achter de koe. Een kip kon fladderen en een koe niet.

Dat soort aanwijzingen zal mijn moeder niet alleen in prentenboeken hebben gegeven. Ze gaf die vast ook in de wereld buiten prentenboeken, zoals bij de kinderboerderij waar ze me in de kinderwagen naartoe reed.

Langzaam veranderde de wereld van woordloze beelden in een wereld van beelden met een voice over, in een wereld van narratieven.

Als ik nu ergens naar kijk, zijn er ook woorden. Het is moeilijk om te kijken zonder woorden, zonder te benoemen.

Beeld en narratief (1)

Een narratief bestaat uit taal. Zonder taal geen narratief.

Maar hoe zit het dan met beelden? Kunnen die op zichzelf een narratief vormen, zonder tussenkomst van taal?

Stel je voor: je zit in een lunchroom, je hebt uitzicht op de straat. Er fietst een vrouw voorbij, ze valt, omstanders bieden hulp aan, er wordt gebeld, er komt een ambulance, en de vrouw wordt meegenomen.

Je hebt het gezien van achter het raam, je hebt niets kunnen horen, er is voor jou geen woord aan te pas gekomen. En toch is er een narratief. Kunnen beelden op zichzelf dan toch een narratief zijn?

Ik denk het niet. Het voorbeeld bestond weliswaar alleen uit beelden, maar die moeten we eerst in ons opnemen, er een betekenis aan geven, en dat gebeurt met woorden, pas dan kan een narratief ontstaan.

Immers, je hebt dat wat je door de ruit zag niet voor een abstracte gebeurtenis aangezien, je zag het niet als een abstract schilderij, je zag het niet als vormen en kleuren, niet als bewegende objecten. Je zag een vrouw, je zag een fiets, je zag de vrouw en de fiets vallen. Daarvoor moet je weten wat een mens is, wat een fiets is, wat vallen betekent. Daar komt taal bij kijken.

En taal is niet alleen maar onpersoonlijke kennis, er is ook iemand nodig die de taal gebruikt, iemand die woorden kiest, die keuzes maakt, en bij die keuzes gebruik je je ervaring, je intuïtie, en zowel ervaring als intuïtie is persoonlijk.

Beelden zijn niet het narratief, ze zijn voedsel voor het narratief. Het narratief heeft een taal en een taalgebruiker nodig om dat voedsel te verteren.