Het onvermogen om tot een verhaal te komen – 2

In de vorige blogpost kon je lezen over het onvermogen om tot een verhaal te komen: “Verhalen gaan over verhalen. En omdat mensen en personages vaak niet tot een verhaal kunnen komen, gaan verhalen ook over het onvermogen om tot een verhaal te komen.”

Ik had al eerder daarover geschreven, maar nog niet op deze site. Voor de Groene Amsterdammer schreef ik in 2010 een artikel over Anton Tsjechov, die vaak schrijft over het onvermogen.

Zoals in het verhaal ‘Een schatje’ (1899). In dit verhaal maken we kennis met de goeiige Olenka. Ze heeft geen eigen verhaal, geen eigen identiteit, ze is daarnaar op zoek. Als ze een impresario huwt, praat ze hem na over toneelvoorstellingen. Als ze na zijn overlijden een beheerder van een houtdepot trouwt, vertelt ze dat het hout tegenwoordig met twintig procent per jaar omhoog gaat. En wanneer ze vervolgens met een veearts trouwt, wordt het zíjn verhaal dat ze vertelt – al stelt hij dat niet echt op prijs.

Als ze ook haar laatste partner en met hem de zin van haar leven kwijt is, schrijft Tsjechov:

En wat nog het allerergste was – ze had geen meningen meer. Ze zag de voorwerpen om zich heen en begreep alles wat er om haar heen gebeurde, maar ze kon zich nergens een mening over vormen en wist niet waarover ze moest praten. En wat is het vreselijk om helemaal geen mening te hebben! Je ziet bijvoorbeeld een fles staan, of het regent, of er rijdt een boer op een kar langs, maar waar die fles of die regen of die boer toe dienen, wat ze betekenen, dat kun je niet zeggen.

Tsjechov weet hier tot een verhaal te komen via het onvermogen van zijn personage.

Mijn complete artikel over Tsjechov — en enkele andere schrijvers — kun je op de site van De Groene Amsterdammer lezen.