Een uitgewerkt voorbeeld van hoe narratieven werken in een kort verhaal — Kevin Canty, Carolina Beach (2)

Om te illustreren hoe narratieven in de literatuur hun werk doen, startte ik gisteren met een blog over het verhaal ‘Carolina Beach’ van Kevin Canty. We zagen dat de doodzieke Laurie geen medelijden wil (háár narratief), maar dat Vincent dat wel voor haar voelt, al probeert hij dat te ontkennen (zíjn narratief).

Als Vincent en Laurie zijn uitgewandeld over het winterse en donkere Carolina Beach, loopt Vincent in zijn eentje naar zijn auto om Laurie daarmee op te halen. Canty schrijft dan een alinea waarin het narratief van Vincent is te herkennen:

Het centrum van het stadje ruikt sterk naar frituurvet en hotdogs. Door de etensgeur realiseert Vincent zich dat hij honger heeft. Dat zou niet moeten, hoewel hij sinds het ontbijt niets heeft gegeten. Hij hoort solidair met haar te zijn. Laurie eet crackers, heldere soep, waterijsjes, pure yoghurt. Maar Vincent kan het niet helpen. Hij gaat een mini-pizzatent in — wonderlijk genoeg nog open zo laat in het seizoen — en bestelt een plak pepperoni.

Even later volgt een alinea waarin ze in de auto stappen en het eerdere narratief over medelijden een wending krijgt: 

‘Waar bleef je?’ zegt Laurie als hij de Mercedes stilzet. Ze is nog steeds moe.

‘Het was een flink stukje lopen,’ zegt hij, ‘helemaal terug door de stad.’

Maar dan lijkt het hem volkomen zinloos om tegen haar te liegen.

‘Ik ben onderweg even gestopt om wat te eten,’ zegt hij. 

Laurie nestelt zich in het stevige kunstleer van haar stoel en zucht van genoegen: rust.

‘Goed zo,’ zegt ze. ‘Zorg goed voor jezelf.’

Was het discours tot nu toe vooral of er wel of geen medelijden mag zijn, nu is het dat verlegd naar of iemand wel of niet voor zichzelf zorgt.