Collectief narratief en taal (3)

Een paar jaar geleden vroeg mijn vriendin hoe ik het zou vinden om het contact dat we hadden voortaan een relatie te noemen.

Een relatie.

Zij had al een relatie met iemand anders, een fijne, polyamoreuse relatie, haar associaties bij het woord ‘relatie’ waren vooral positief, ze wilde daar wel meer van. Ik kwam uit een relatie waarvan het einde niet zo fijn was, ik hoefde daar niet meer van.

Mjn vriendin en ik, twee mensen met ieder een eigen, individueel narratief rondom het woord ‘relatie’. Het bleek op dat moment niet mogelijk om dat woord een gezamenlijke betekenis te geven. En het werd toen ook geen relatie, het werd iets ingewikkelds — en waardevols — waarvoor het moeilijk was om woorden te vinden.

Skip forward. We zijn een paar jaar en wat ervaringen, gesprekken en emoties verder. En we hebben een relatie, die we ook als zodanig benoemen. Wellicht kon dat gebeuren doordat we meer ervaring opdeden met wat een relatie voor ons kan betekenen. Het woord heeft nu meer een gemeenschappelijke geschiedenis en een gemeenschappelijk narratief.