Beeld en narratief (3)

Beelden kunnen ook de verbeelding van het narratief worden.

Stel je voor: een vrouw en man overleggen of ze een kat zullen nemen. De man zegt nee, de vrouw zegt ja, de man laat zich overhalen en er komt een kat.

Als de man de kat ziet, doet die hem denken aan dat hij zich heeft laten overhalen, hij vindt zichzelf te meegaand, de kat wordt voor hem drager van het beeld van meegaandheid. Als de man de kat ziet, voelt hij weerstand tegen het beest, soms zelfs weerstand tegen zichzelf.

Als de vrouw de kat ziet, denkt ze aan een periode uit haar jeugd, aan dat ze thuiskwam na een moeizame dag op school, en dat ze thuis eerst een tijd de kat aaide, dat ze zich dan beter begon te voelen. Voor haar is de kat de verbeelding van troost.

Man en vrouw kijken naar dezelfde kat, naar hetzelfde beeld, een beeld dat in twee verschillende narratieven twee verschillende betekenissen verbeeldt.