Beeld en narratief (2)

Eerst waren er alleen maar beelden, beelden die ik niet begreep, beelden zonder woorden.

Later waren er prentenboeken, ik zat bij mijn moeder op schoot, en mijn moeder wees plaatjes aan.

Schaap. Geit. Koe.

Beelden kregen een voice over, een klank, een woord.

En dat niet alleen, ze kregen ook een onderling verband. De koe stond naast het schaap. De geit stond achter de koe. Een kip kon fladderen en een koe niet.

Dat soort aanwijzingen zal mijn moeder niet alleen in prentenboeken hebben gegeven. Ze gaf die vast ook in de wereld buiten prentenboeken, zoals bij de kinderboerderij waar ze me in de kinderwagen naartoe reed.

Langzaam veranderde de wereld van woordloze beelden in een wereld van beelden met een voice over, in een wereld van narratieven.

Als ik nu ergens naar kijk, zijn er ook woorden. Het is moeilijk om te kijken zonder woorden, zonder te benoemen.