Een narratief in het dagelijks leven van mijn vriendin

Mijn vriendin is schrijver, en soms praten we over onszelf in termen van narratieven.

En ze is niet alleen schrijver, ze is een schrijver met krullen, en ze vroeg de kapper onlangs om advies voor die krullen. Die raadde haar een diffuser aan, een bepaald type föhn.

Ze zou die best willen hebben, maar ze ziet zichzelf niet als iemand die zoiets koopt. Ze associeert een föhn met het soort meisje dat ze zelf niet is, met meisjes die ze ooit op vakantie opzichtig overal een föhn mee mee naartoe zag nemen. Ze associeert het ook met een materialiasme dat ze niet bij zichzelf vindt passen. Maar ze wil wel graag een diffuser.

Haar andere vriend hielp haar meedenken om een diffuser te bekomen zonder haar narratief — haar zelfbeeld — aan te hoeven passen.

Zo kan ze tweedehands een diffuser kopen, dat is minder materialistisch dan een nieuwe kopen.

Of ze koopt niet zelf een diffuser, maar vraagt die voor kerst aan haar schoonmoeder. Of beter nog, ze zou die niet eens hoeven vragen — want dat zou toch alweer op materialisme kunnen duiden — maar haar schoonmoeder zou toevallig te weten kunnen komen dat de kapper mijn vriendin een diffuser heeft aangeraden, en vervolgens zou haar schoonmoeder — ongevraagd — met kerst een diffuser aan mijn vriendin kunnen geven.

Dan is er nog de mogelijkheid dat mijn vriendin haar beeld over meisjes met een föhn aanpast. Dat is weliswaar een minimale aanpassing in haar narratief, maar niet in haar zelfbeeld.