Geen begin, geen einde (2)

Je zou het narratief van mensen en personages kunnen zien als een continuüm, iets dat alsmaar doorgaat, iets zonder begin en einde.

Het narratief gaat zijn eigen gang volgens zijn eigen logica, het groeit, het zingt zich steeds verder los van dat wat er buiten het narratief is, van zoiets als een werkelijkheid. Op den duur loopt het narratief tegen grenzen van zijn groei aan, grenzen die gesteld worden door die werkelijkheid. Dan is het  verschil tussen het narratief en de wereld daarbuiten te groot geworden en is het narratief in zijn huidige vorm onhoudbaar. Vervolgens wordt het aangepast, teruggesnoeid tot iets dat niet te ver afwijkt van hetgeen er buiten zichzelf is. Daarna woekert het narratief in zijn teruggesnoeide vorm verder, totdat het opnieuw tegen grenzen aanbotst, ad infinitum.

Het narratief begint nergens, het is nooit begonnen binnen zijn eigen narratief. Er is nooit binnen het narratief een moment geweest waarop het narratief ervaart: nu begin ik. En er zal nooit een moment komen waarop het narratief zegt: nu ben ik gestopt.

Als een boek of film begint, is het narratief van het personage er al. Het narratief staat niet — als een acteur bij de opname van een speelfim —  te wachten tot de opname begint om vervolgens op een teken van de regisseur — actie! — tot leven te komen.