Geen begin, geen einde (1)

Het is nacht, ik lig op bed te video-bellen met mijn vriendin. Ik zie haar op de laptop die op de plek staat waar soms haar kussen ligt, het is alsof we samen zijn. Ze heeft mijn blogpost gelezen over mijn perceptie van haar, en ze vindt er iets van.

Waar die blogpost over ging: ik had een blik in haar ogen herhaaldelijk geïnterpreteerd als wantrouwend, afkeurend. Maar voor haar ging het niet over wantrouwen of afkeuren, voor haar ging het om onderzoeken, om proberen te begrijpen. Ik had een narratief gevormd dat niet bleek te kloppen, en daarover had ik hier geschreven.

Ze vindt het een interessante post. En ze voelt zich niet te kijk gezet, het blog gaat over mijn perceptie van haar, en dus laat het vooral iets van mij zien en niet zozeer van haar.

Waar ze haar vraagtekens bij zet, is het einde van het blog, waarin ik schrijf: “Pas als we de situatie kunnen zien voor wat die werkelijk is, zijn we voorbij het begin.”

‘Maar we zijn toch niet net begonnen?’ zegt ze. ‘We kennen elkaar al een paar jaar! En we hebben wel meer inzichten gehad dan dit ene, het was niet ons eerste, niet ons begin.’

‘Dat klopt,’ zeg ik, ‘maar ik bedoelde niet te zeggen dat onze relatie nog maar net is begonnen. Ik bedoelde te zeggen dat als ik inzie dat mijn narratief niet overeenstemt met de werkelijkheid, dat er dan iets begint, dat er dan iets in gang wordt gezet. En dat hoeft niet het eerste begin te zijn, het kan het zoveelste begin zijn van een verandering van mijn narratief.’

‘Het lijkt me handiger om dan geen woorden te gebruiken als begin of einde,’ zegt ze. ‘Ik zou zeggen dat het narratief een continuüm is.’

‘Zo kun je er ook tegenaan kijken,’ zeg ik. ‘Een boek of een film heeft een begin en een einde, maar het narratief van een personage of van een mens heeft dat niet. Het is er gewoon, het past zich hier en daar aan, het neemt af en toe een afslag, en het gaat door.’