Beginnen (4)

Nog een klassiek verhaalbegin. Dit keer Lolita van Nabokov.

Net als de mens in het scheppingsverhaal, ontstaat ook Lolita vanuit taal, vanuit spraak:

“Lolita, mijn levenslicht, mijn lendevuur. Mijn zonde, mijn ziel. Lo-lie-ta: de tongpunt daalt drie treden het gehemelte af en tikt bij drie tegen de tanden. Lo. Lie. Ta.” (Vertaling: Rien Verhoef, De Bezige Bij)

En net als het scheppingsverhaal, onstaat ook Lolita binnen het narratief van de hoofdpersoon. Hij geeft haar een geschiedenis, zijn eigen geschiedenis, plaatst haar in een rij van kindmeisjes, projecteert dat kindmeisje op haar:

“Had ze een voorgangster? Ja zeker, nou en of. In feite was er misschien wel helemaal geen Lolita geweest als ik niet al eens een zomer een eerste kindmeisje had bemind.”