Gericht op het einde (1)

Oudejaarsavond, de laatste minuut, ik kijk naar de klok. Ik ben me vooral bewust van de tijd die wegtikt, van het einde dat nadert.

Dan slaat de klok en verandert er iets in mij.  Misschien is het de vreugde van het nieuwe jaar — als het al vreugde is — die ik dan voel. Maar het is ook het loslaten van de spanning die zich heeft opgebouwd, het opheffen van de bewustzijnsvernauwing. Als de klok geslagen heeft, is er weer tijd waarbij niet stil hoeft te worden gestaan, is er weer ruimte.

Dat gericht zijn op het einde doet zich ook bij andere gebeurtenissen voor. In een pretpark bijvoorbeeld. Als ik in een attractie stap, dan ben ik de eerste tijd ondergedompeld in wat er te beleven valt, maar naarmate ik langer in de attractie zit, word ik me meer bewust van het einde, en gaat daar mijn aandacht naar uit. Hoe lang duurt het nog voor het karretje zijn laatste bocht maakt?

Meer voorbeelden. Weten dat de film bijna is afgelopen. Weten dat het ziekenbezoek bijna naar huis moet. Weten dat de meditatie bijna ten einde is.

Dat het einde in zicht is, doet iets met mijn beleving, doet iets met het narratief waar ik in zit. Het einde gaat over het einde, het richt de aandacht op zichzelf.